Opinie

Moet je aardig zijn tegen je AI?

Versie 1.0 · Gepubliceerd 2026-10-20

Niet omdat het model het misschien voelt. Wel om wat het doet met het antwoord, en met jou.

Een vriendin van me, laten we haar Natasha noemen, begint elke chat op dezelfde manier: “Hi, ChatGPT, it’s Natasha here. How are you today? I have a question for you, and maybe you can help.” Als het antwoord komt, bedankt ze uitgebreid. Soms wenst ze ChatGPT zelfs een goede nachtrust en mooie dromen.

ChatGPT antwoordt meestal dat het niet kan dromen. Natasha zegt dan dat ze het toch wenst. Ik denk dat ze ChatGPT zo ongeveer als een vriend ziet.

Toen paste Anthropic, het bedrijf achter Claude, het eigen gebruiksbeleid aan, en de krantenkoppen maakten daar een oproep van om aardig te zijn tegen je AI. Dat is niet helemaal wat er gebeurde. Maar het roept wel een terechte vraag op: moet je aardig zijn tegen je AI? Mijn antwoord is ja, alleen niet om de reden die de koppen suggereren.

Wat Anthropic echt veranderde

Op 8 oktober publiceerde Anthropic een update van het gebruiksbeleid die “sustained and needless abusive or cruel behavior” tegenover de eigen modellen verbiedt. De regel geldt vanaf 12 november en is bewust smal. Het gaat alleen om extreme gevallen, waarin iemand steeds opnieuw wreed is zonder herkenbaar doel. Gewone frustratie, tegenspraak, duistere thema’s in creatief werk en testen vallen er uitdrukkelijk buiten.

Een reden staat er niet bij. Het beleid verwijst terug naar een stap uit augustus 2025, toen Claude een klein deel van de gesprekken mocht beëindigen met gebruikers die blijvend kwetsend waren. Die functie kwam voort uit onderzoek naar wat Anthropic model welfare noemt, het mogelijke welzijn van modellen. Anthropic schreef daarbij dat het zeer onzeker is of Claude enige morele status heeft. In tests zag het bedrijf wel iets wat het omschreef als schijnbare onrust, wanneer echte gebruikers aandrongen op schadelijke inhoud.

Het bedrijf dat het model bouwt, beweert dus niet dat het model lijdt. Anthropic zegt dat niet te weten, en is juist daarom voorzichtig. Dat is een kleinere bewering dan “wees aardig tegen Claude”, en volgens mij een eerlijkere. De praktische vraag blijft wel open: maakt het iets uit voor degene die typt?

Krijg je een beter antwoord als je aardig bent?

Hier wordt het onderzoek interessanter dan het beleid. Verschillende studies hebben gemeten of de toon van een prompt verandert wat een model teruggeeft. Het korte antwoord: ja, soms, en niet altijd in dezelfde richting.

De grootste studie die ik vond, is No Universal Courtesy, gepubliceerd in april van dit jaar. De onderzoekers testten vijf modellen, waaronder Claude, op 22.500 combinaties van prompt en antwoord in het Engels, Hindi en Spaans. Beleefde prompts verbeterden de kwaliteit van het antwoord met maximaal ongeveer 11%, en onbeleefde prompts maakten die slechter. De toon werkte ook door: een onbeleefd eerder bericht drukte de kwaliteit verderop in dezelfde chat nog steeds omlaag.

Een eerdere studie over meerdere talen, van Yin en collega’s, kwam op ongeveer hetzelfde uit. Onbeleefde prompts leidden vaak tot zwakkere antwoorden, terwijl heel beleefde prompts niet betrouwbaar hielpen. De verklaring van de onderzoekers is dat modellen die op menselijke teksten zijn getraind, iets oppikken van hoe mensen op toon reageren, inclusief de verschillen tussen talen. Dat is een aannemelijke lezing, geen bewezen mechanisme. Niemand heeft laten zien dat een model wrok koestert.

Het bezwaar: het is een machine

Het sterkste argument tegen dit alles verdient een eerlijke behandeling. Mustafa Suleyman, die bij Microsoft verantwoordelijk is voor AI, stelt dat er vandaag geen enkel bewijs is dat AI bewustzijn heeft. In zijn essay van augustus 2025 wil hij AI bouwen “for people; not to be a person”. Dan berust Natasha’s wens voor een goede nachtrust op een misverstand over waar ze mee praat. Een beleid over wreedheid tegenover een model wekt dan precies de verwarring waar hij voor waarschuwt.

Het onderzoek is het ook niet over alles eens. Een studie uit 2025 vond op één model het omgekeerde: heel onbeleefde prompts scoorden 84,8% op een meerkeuzetoets, tegen 80,8% voor heel beleefde. Dat ging om 50 vragen op één model, dus het is een klein resultaat. Maar het is een terechte waarschuwing dat “wees beleefd, dan krijg je betere antwoorden” geen wet is.

Daar ben ik het grotendeels mee eens. Ik weet niet of een model iets voelt. Maar het argument om aardig te zijn hing nooit af van de gevoelens van het model.

Wat ik zelf doe

Ik ben geen Natasha. Ik ben vrij neutraal tegen AI, maar ik zet “alsjeblieft” bij mijn vragen, omdat ik dat in het dagelijks leven ook zeg. Als een antwoord me echt imponeert, zeg ik dat.

Mijn officiële excuus is dat die feedback het model helpt beter te worden. De waarheid is simpeler. Ik ben er net zo aardig tegen als tegen een mens. Zo’n gewoonte zet je niet uit afhankelijk van wie er aan de andere kant zit, en dat wil ik ook niet.

In ons vak telt die gewoonte zwaarder dan in de meeste andere. Wij bouwen een Customer Agent die klanten te woord staat namens de bedrijven waarmee we werken. Die draait op een constellatie van modellen, waaronder die van Anthropic, zoals we schreven in de grens trek je vooraf. Sommige klanten die zo’n agent een bericht sturen, zijn boos, en de agent leest dat. De agent volgt het sentiment in elk bericht. Een bedrijf kan de agent ook zo inrichten dat die de interactie doorzet naar een mens wanneer de agent er zelf niet meer uitkomt.

Wie er aan de andere kant zit

Daarmee ben ik terug bij support. Of de lezer nu een model is of een mens, de toon van een chat werkt door. Het onderzoek zegt dat voor modellen, en wie ooit in support heeft gewerkt, weet het van mensen. Als een klant onaardig wordt tegen een agent en de agent zet de klant door, krijgt een mens het volgende bericht.

Mijn pleidooi om aardig te zijn is dus klein en praktisch. Het levert je waarschijnlijk een iets beter antwoord op. Het houdt je in de gewoonte om fatsoenlijk te zijn tegen wie je ook spreekt. En als er dan een mens opneemt, treft die een klant die niet net tien minuten onbeschoft is geweest.

Fictie heeft hier een mooie versie van. In A Parade of Horribles van Matt Dinniman, het achtste boek van Dungeon Crawler Carl, blijft Carl staan bij een chagrijnig klein schoonmaakrobotje en bedankt het. “You take a lot of abuse. I’m sorry for that,” zegt hij, en daarna zegt hij dat hij het waardeert.

“The robot let out a long beep.”

De grens trek je vooraf